.







.
[ de cursieve tekst heb ik in 2020 bijgevoegd, ter verduidelijking ]

06-11-2008:

- Ik blijf maar ziek. Kijk wel veel naar mijn eigen werk. Soms vind ik ze monstrueus, dan fascineren ze me weer, met name door het binnenwerk en door de kleurschakeringen.

06-11-2008:
- Het is goed om telkens weer te kijken [naar mijn gemaakte werken] - ook naar degene die ik eigenlijk al afgekeurd heb. Het moet binnenkomen; ze moeten mij veranderen. Dat gaat langzaam, en toch hebben ze overtuiging daarin. Wonderlijk!

08-11-2008:

- Als je naar je eigen schilder-ding kijk en je vraagt je af of je het een goed ding vindt, waar werk je dan mee om dat oordeel te maken? Is dat waarmee je het maakt wel in staat tot het zien van wat juist onvoorspelbaar is [in het gemaakte werk], anders is?

08-11-2008:
- Het heeft geen zin om in datgene wat [allemaal] naar je toe valt te onderscheiden in wat vanuit jezelf komt en wat vanbuiten je komt. Het komt erop aan het je bewust te worden en het ook te kunnen waarderen..  Daar gaat het om!

08-11-2008:
- Dat herkende ik dus in [Asger] Jorn: ‘In den beginne was het beeld’. A.h.w. een voortzetting van het leven, in en door beelden. Het leven komt zo weer centraal! [Maar ook] een ruime overschatting van de nog bestaande vrijheid van de beeldtaal - dit in tegenstelling tot de ingeordendheid van het woord dat veel minder vrij zou zijn. [Helaas] is nu ook het beeld ingeordend! Dat zou nu een utopie zijn: vrije beelden!!  

09-11-2020:
[uit brief aan schildersvriend Herman van der Poll]
Ik vindt het lastig dat door Levinas [Franse denker] en zijn volgelingen mogelijk bewustzijn alleen in woordtaal wordt gezien; dan staat daarmee de beeldtaal van begin af aan in het beschuldigden-bankje. En je krijgt meteen de scheve verhouding dat de beeldende taal omgezet dient te worden in de woordtaal.
Ik vind dat een lastige geborneerdheid, die ervan uitgaat dat in beeldtaal geen bewustzijn, communicatie kan zitten, en dat we slechts in taal bewust kunnen zijn en denken. Hij komt zelfs niet op het idee dat er ook inwerkingen andersom zouden zijn -dat beeldtaal in kan werken op het denken in woordtaal. En voor mij ligten daar juist één van de redenen waarom ik met beeldende kunst bezig ben, en herken ik dat ook in jouw werk.

09-11-2020:
[uit brief aan schildersvriend Herman van der Poll]
- Jij vertrekt weliswaar uit ideeën, maar van de zomer zag ik schilderijen van jou die mijn kijkkaders danig op de proef stelden. En vandaaruit ook mijn denken. Hetzelfde ervaar ik hier in de stad [Amsterdam] bij verschillende reflectieplekken, waar het beeld drie, vier keer wordt doorweerkaatst in elkaar en er werelden worden vermengd waarvan de grenzen nauwelijks meer aan te wijzen zijn; er ontstaan dan vormen van grenzeloosheid. Bij jouw werk [gebeurt dat] voor een groot deel bewust, hier in de straten volkomen onbewust.
Door in jouw werk telkens die nadruk op grenzeloosheid-in-vorm te [kunnen] zien, help je me om dat [onbegrensde] in de stad scherper te zien.


09-11-2020:
[uit brief aan schildersvriend Herman van der Poll]
- Toch..., Levinas is één van de weinige filosofen die het de beeldende kunst lastig maakt, en eigenlijk heel acceptabele claims daarnaar ontwikkelt, die ik zelf ook kan onderschrijven. Het denken mag eisen stellen aan de beelden; daar is op zich niets mis mee. Ook in mijn ogen dient beeldende kunst een bepaald niveau van bewustheid te hebben, anders geven we alleen maar krachten door die we niet eens kennen. Juist omdat ik het laatste jaar behoorlijk blind heb gewerkt tot aan de zomer [van 2008], spreekt het thema me erg aan. Hoe moet ik daarnaar kijken, naar dat tamelijk 'blinde werk' van me??

09-11-2020:
[uit brief aan schildersvriend Herman van der Poll]
- Met wat in me kan ik naar het onvoorspelbare kijken, naar het nieuwe? Er is iets dat in mij de adem doet stoppen, als ik naar iets kijk en dat doorbreekt de kaders en de herinneringen die ik in me draag. Dat heb ik bij die beelden in de stad, en had ik ook in jouw doeken van de zomer. Dat de adem wordt benomen omdat ik op de één of andere manier voelt/ervaart/ in ieder geval heel zeker weet - als ik het durf te accepteren als iets dat zich nu voordoet, - dat er een visueel doorbreken gebeurt. Ik had het vroeger ook bij de doeken van willem de Kooning in het Stedelijk [Museum, Amsterdam], niet bij allemaal..

09-11-2020:
[uit brief aan schildersvriend Herman van der Poll]
- Het is natuurlijk heel subjectief ervaren zo’n moment [dat door de zichtbare onvoorspelbaarheid in een schilderij je eigen bestaande beeldkaders worden doorbroken], maar dat wil niet zeggen dat daar niet algemene waardevolle dingen gebeuren. Einstein zei ook dat hij de relativiteitstheorie had ontwikkeld op basis van droombeelden. Ik geloof daar heel serieus in. Net als de astronomen die in concepten denken van meerdere heelallen, bestaande in andere heelallen. Dat is voorbereid door beelden, in ieder geval ondersteund en bemoedigd.

09-11-2020:
[uit brief aan schildersvriend Herman van der Poll]
Ik weet niet wat het is in me, in ons. Maar ik realiseer me dat het zich in me voordoet. Dat het meedoet. Dat ik het daarom ook vertrouwen kan geven, maar ook best kritisch mag proberen te kijken of het zich werkelijk voordoet.
Het laat zich niet dirigeren, het heeft zijn eigen tijd nodig. Ik kan er wel de voorwaarden toe scheppen, maar dat zegt niet alles. Ik kan ook mijn eigen ontwikkeling niet dirigeren. In die zin sta ik buiten de komende tijd.

10-11-2008:
- Het viel me op bij het boek van [Asger] Jorn dat Bram van Velde er niet in voor komt.. [Jorn heeft in Parijs contact gehad met Bram van Velde wat ok in zijn eigen schilderen ging doorwerken].  
Als je die twee vergelijkt: Jorn heeft veel over genomen / gekregen van de schilderij-opbouw van Van Velde. Ze worden daardoor ook opener, zie zijn 'Zwanen' [groot schilderij van Jorn in het Stedelijk museum Amsterdam]. [Ze worden vanaf die tijd] bewuster gebouwd, ontwikkeld, krijgen - ook - een compositie-kant.

10-11-2008:
Maar je ziet ook dat de expressie bij Jorn veel uitgesprokener blijft, niet lyrisch wordt - waar Bram met name in zijn grafiek een lyrische tendens ontwikkelt, die ook in zijn latere schilderen terecht komt. Van Velde heeft niets met surrealisme en ook dus niet met automatisch schrijven. Jorn wèl, en dus is en blijft er iets van buiten het schilderij bij hem dat aanvuurt, oproept, uitlokt.

10-11-2008:
- Dat is het kwetsbare van puur abstracte kunst (en dus voor mij) - hoe behoudt je de expressie erin, en vooral waartoe? Dit komt telkens bij mij terug, eerst in mijn angst en het voorvoelen van het dodende en parasitaire van de abstracte kunst [abstraheren van de werkelijkheid zag ik als 'doden' van de werkelijkheid]. En nu komt de vraag weer opnieuw - iets milder en anders gericht: Wat is de bron van de expressiviteit? Of: van waaruit wordt die opgeroepen, aangevuurd - en vooral: - tijdens het schilderen gaande gehouden?

10-11-2008:
- In met name mijn laatste gouaches [gemaakt in 2008, tot november] zitten wel die expressiviteit, maar in elkaar gevlochten, ahw weer al neerwaarts naar binnen geduwd..  Dan ontstaat ook daar juist de vraag: Waartoe?

10-11-2008:

- Ik herken wel dat dit werk [gemaakt in 2008, tot november] directer is, zich meer op de bodem van de ontmoeting afspeelt, en in die zin meer realistisch, aardser, minder ontwijkend, minder elegant, minder steunend op het snel gekomen gebaar (vergeleken bij mijn werk uit 2004/05), maar doorgegaan in het aanzetten, ombuigen, lostrekken en weer dichtslaan etc… Zodat de boel verdikt, en minder leesbaar wordt, maar wel des te ervaarbaar, vermoed ik. Niet prettig misschien om te zien, maar wel grijpbaar: mest, aarde, vuur, ontbinding en samengroei.