.







.
[ de cursieve tekst heb ik in 2020 bijgevoegd, ter verduidelijking ]

31-01-2012:
Nu moet het er maar eens staan: Ontologische schilderkunst!!
Wel [zichtbaar / aanwezig] bij Bram van Velde en niet bij Picasso. En ook niet bij Ecole de Paris. Wel weer bij Lucien Freud, ook al is hij niet mijn type schilder. 
Een schilderij als deel van het zijnde en niet zozeer als afbeelding. Zoals shiatsu ingrijpt op het lichaam, zo sta ik schilderen voor - midden in het zijnde.


31-01-2012:
Al vroeger - rond 1996/98 - dacht ik over mijn werk als over 'Dingen'. Maar dat is [gaandeweg] overgegaan naar Beeld. Onder andere doordat ik zag dat ook digitale beelden [op de kijker] inwerken, dus beelden zonder een lichaam, blijkbaar – dacht ik...   ...Ik lag dit alles vandaag te denken in bed, in een voortdurende afwisseling van denkflarden en weer mijn lichaam voelen [ik had griep] - dat ging maar heen en weer...

31-01-2012:
- Het is vreemd om die vluchtige gouaches van mij, die zo transparant en open en impulsief ontstaan, als Ding te kenmerken. Als Dingen! Hoewel ik voorheen - in een meer soliede schildertijd 1997-99 - al vaak dacht: "ik schilder dingen, bestaande ietsen - zoals stenen en bomen - die je kan aantreffen zoals je een boom kan aantreffen en er in verwondering naar kan kijken".

31-01-2012:
- Een boom is iets Zijnde en overtuigt me daarin doordat elke boom zo in de aarde staat, maar bovendien een heel uniek iets is. Geen boom is hetzelfde en geen steen is hetzelfde. Dat werkt erg overtuigend en mischien is dat wel een aspect van het zijnde. 

31-01-2012:
- Ik dacht vaker over mijn kunst als helend. Of onlangs nog als troostend. Bij 'troostend' moet er nu eenmaal iets van hetzelfde zijn aan beide kanten, van de trooster èn van het troostende of de troostende. Een vorm van sympathie of herkenning is nodig, anders is er geen brug naar beide oevers - wat een ouderwets en solide beeld toch, maar ze zijn er nog steeds, de bruggen, ook al lijken het andere dingen zoals in Rotterdam de Zwaan, of in Shanghai -. Dus in een schilder-ding moet iets zitten dat óók in de mens zit!

01-02-2012

- Ik wil voor mezelf verduidelijken die ervaring van twee weken terug, van die drie Bram van Velde's in het Haags gemeentemuseum..   ..Ik kon en kan de drie Brams [Van Velde’s die ik daar zag] visueel niet begrijpen, niet be-grijpen. Ik kan ze ook visueel niet herinneren zoals ik wel de liggende vrouw in de hangmat van Picasso kan herinneren en zelfs stukken uit zijn Guernica.

01-02-2012
- Je hebt een visueel beeld, dat in je hoofd kan gaan leven. Je hebt een idee dat in je hoofd kan leven en dat je in woorden [daarna] kan uitschrijven. Dan is het al meer realiteit. Maar zo kan je blijkbaar ook een visueel beeld ‘uitschrijven’, maar dat kan slecht met verf, kwast en op papier. Dus door en in materie! Dat is het gekke van woorden, die zijn anders dan materie en de hand. Woorden lijken wel nooit in het ‘zijn’ terecht te kunnen komen. Of is dat erg slordig gesteld, want waar blijft geluid, muziek dan? 

05-02-2012
- Als ik naar een werk van Bram [Van Velde] kijk en ook wel bij een aantal werken van mezelf, is er eerst een licht inzuigende werking. Het schilderij zuigt mijn ogen aan, in de zin dat het iets belooft, iets aantrekkelijks, vaak [gaat er] ook een zekere sonore grondtoon daardoorheen, of een heel enkel gegeven dat concentratie presenteert. Als die er niet is dan, dan laat ik het al gauw vallen, dan vertrouw ik het beeld al niet meer. 

05-02-2012
- Dus die licht aanzuigende werking [van een goed schilderij] - en een bepaalde rust, een zachte stroom van tijd dat is kenmerkend. Ook bij veel werken van [Edgar] Fernhout. Dat heeft op zich niets te maken met abstract of niet abstract; het heeft alles te maken met bewustheid. Ook met een bepaalde mentale helderheid van het beeld.

07-02-2012
- We zijn nu eenmaal geen vogels. Zo lang de merel op de grond scharrelt of wat heen en weer hopt, voel ik me met hem verwant. Zo gauw de meeuw omhoog klimt van de dakrand  de lucht in, is hij essentieel anders dan ik. De kraai of kauw zit daartussen: soms dichtbij ons, andere keren weer verder weg, en anders in de lucht. Dat is het rare van vogelvlucht perspectief, er zit altijd iets onwezenlijks aan voor ons mensen. Het kijkt wel naar onze en mijn wereld en de aarde (ons thuis), maar het kijk-vertrekpunt is zo onwezenlijk, zo niet-bestaand.