• Kleur in het werk van Daan Lemaire

    11 juli 2009

    Kleur in het werk van Daan Lemaire


    gouache van Daan Lemaire, 2010


    Omdat er nu (juni 2009) een serie nieuwe glassculpturen van Daan Lemaire in de Orangerie-expositie stond, viel het me des te meer op dat zijn laatst gemaakte glas-sculptuur een ding apart was. Het zat in de behandeling van de afzonderlijke kleurenvlakken; ze waren niet langer onderling verbonden, verweven zoals hij tot voor kort deed, zowel in zijn glaskunst als zijn gouaches. 
     De vlakken bestonden op zichzelf, en het beeld is een optelling daarvan.
     

    Daan Lemaire is van zichzelf vrij zacht en subtiel in zijn kleurplaatsing. Er is altijd een fijzinnig verweven van de kleurvlakken of -spatten, waardoor er totale atmosferen ontstaan in zijn werken, zonder afzonderlijk bestaande compartimenten of vormen. Wel is er in zijn kunst veel verschil in diepte, dat door de verweven kleurstelling des te onverwachter (maar dan ook heel duidelijk!) zichtbaar  wordt bij het kijken. Een soort van visuele valluiken, zoals je ook in wolkpartijen kan zien, maar bij Lemaire verassender, onverwachtser. Het is een merkwaardige tegenstelling van zijn gouaches uit de laatste jaren: subtiele kleurhantering en daardoor des te feller erdoorheen vallen, als je eenmaal valt.

    Ik vraag me vaak af hoe hij dat doet. Hij neemt veel tijd en laat een gouache groeien. Hij werkt vaak zo dat de nieuwe spatten of vegen die hij op het papier werpt of brengt,  in gaan zakken in de al bestaande verf. Met gouache is dat gemakkerlijk; het is bij uitstek de verf die enigszins 'insmelt', zowel in papier als in de al bestaande verflagen. Dat smelten heeft nadelen en voordelen. Je bereikt er gauw een impressionisme mee, een verweving van de kleur en daarmee een sterk atmosferisch effect. Onze ogen zijn natuurlijk ondertussen gewend aan de radicale kleurbreking van het impressionisme!! Des te harder is de pijn en visuele gemis als die ontstane sfeer in een schildering  alleen maar om zichzelf bestaat en verder niets. Die alsmaar uitdijt en uitstrekt als een eindeloos wolkendek, tot de rand wordt bereikt van het passepartout. Er is dan veel veel verlies van dynamiek, want hoe je het wendt of keert, dynamiek ontstaat pas op basis van verschil en contrast.
     
    Daan Lemaire heeft verschillende - heel eigen - antwoorden op dit probleem dat hij wel degelijk onderrkent, zowel in zijn glaskunst (glasfusion, dus in elkaar smeltend glas met hun kleur) als in zijn gouaches. Hij trekt de kleuren bewust uit elkaar. Hij zet de kleurvlakken tegen elkaar in, maar wel subtiel, delicaat. De bovenliggende kleur blauwgroen steekt bijvoorbeeld  duidelijk tegen het onderliggende citroengeel af, maar neemt  toch iets van dat geel in zich op. Er ontstaat zo een veld van fellere contrasten; er ontstaan zo ook opdelingen in kleurcentra. Als die er niet zouden zijn zouden de kleurverschillen volledig worden gedemocratiseerd en geeft de gouache daarmee een wee gevoel aan onze ogen. 

    Daarnaast buit Daan Lemaire de diepte-suggesties uit; het afwisselend vallen in en stuiteren op en tegen de kleurvlakjes, met onze ogen. In die zin heeft  Daan Lemaire veel verwantschap met de schilderijen van mijn schildersvriend Herman van de Poll,  - ook trouwens in dat ongelofelijke vergaande vermogen tot subtiel doseren van de kleurtoon-verschillen -.


    Ik ben een brute schilder, ik zou met mijn eigen schilderen verdwalen in zoveel subtiliteit, maar daarom kan ik het bij hen twee wel degelijk zien en ervaren. Je krijgt met hun intense diepte-verschillen een aquarium-effect: je ogen worden tijdens het kijken als een vis die door alle plantenbladen, openingen en kleine gaten zijn weg dient te bepalen om veilig te zwemmen. Deze twee schilders dwingen aldus om de kijkende ogen op scherp te zetten; je alertheid groeit met en door het kijken, en langzaam maar zeker worden ze gewend aan de taal van het geschilderde.
     Je moet zo bij hun werk voordurend in en tijdens het kijken je route bepalen, dat isde waarde van de dosering/dieptewerking in hun schilderen.

    Daan Lemaire gaat nog een stap verder. Als hij al de kleuren uit elkaar trekt (en ook hij kent de inspiratie van Monets late werken daarin, zei hij me) dan nog komt er een voor hem daarna noodzakelijke tegenbeweging om de vlakken opnieuw onderling weer te verbinden. Niet meer tonaaal maar meerr door vlechtwerk, hechtingen, toevallig lijkende verfweefsels die door de afzonderlijke kleurvelden heen gaan als terloopse riviertjes. Maar bij Daan is niets terloops! Alleen het schilderproces is terloops, het verloop, maar niet wat er visueel op het papier verschijnt. Het is aoslof hij met dunne nietjes de aparte velden (en die zijn bij hem dus al niet apart, zijn al in eerste instantie verweven met de kleur) aan elkaar niet. En er zo een nieuw weefsel ontstaat. ook in zijn glasfusionbeelden zijn deze zichtbaar, de laater op gelegde glaslijntjes die zich door de kleurvelden heen kronkelen en bewegen, zonder richting maar met veel verbinding. 

    Het laatst gemaakte glasbeeld is een breuk op dit soort werk wat ik heb beschreven, en op de onderlinge binding daarin. Want dit laatste beeld heeft een optelling van bijna snoepgoed-achtige kleuren. Het is onduidelijk waardoor ze bij elkaar horen, behalve dat ze in het beeld bij elkaar opgesloten zitten en zich tegen elkaar afzetten in die duidelijk begrensde ruimte. Daan zei dat ook zijn meest recente gouaches zo zijn opgebouwd, en ik ben dus erg nioeuwsgierig om ze te zien.          

     
         

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 254 keer bekeken

  • Gaten gates windows ramen ruimte rooms space

    12 juni 2008

    Gaten gates windows ramen ruimte rooms space

    De laatste maand vallen er regelmatig gaten in het papier. Nou ja vallen, dat kan dus niet, ze ontstaan doordat ik met allerlei verschillende voorwerpen de verf erop zet, beharkt, verkrabt, wist en weer opricht. Het is niet een concept, uitgangspunt of program, al moet ik natuurlijk aan Fontana denken, maar ik merk dat ik met een zeker genoegen constateer dat er gaten vallen in het papier en dat het papier inderdaad slechts papier is. Weg illusie? Gewoon realisme?
    Dat genoegen ontstaat ook doordat in het schildervlak met het vallen van de gaten een ander soort ruimte ontstaat, dat niet is uit te drukken in termen van het platte vlak. Ik leg meteen een tweede vel onder het eerste vel, zogauw er een gat of scheur ontstaat, en kan dan doorschilderen, waarbij ook het tweede vel meedoet, en dus ook het gat.

    Ik kras bovendien veel in het papier, ik mishandel het, zou je kunnen zeggen, maar het is ook als een tatouage te zien. Of het is ook een getekende lijn, weliswaar gekrast of geritst. Natuurlijk laat het zo werken de sporen van het maken zien en is wellicht het maken zo invoelbaar voor iemand die kijkt, maar daar gaat het mij niet om. Het is meer dat het papier een andere kwaliteit krijgt. Het is belangrijker gaan worden, meer aanwezig. Niet omdat het drie-dimensioneel wordt, maar omdat het open gaat of open kan gaan. Er is niet langer een vanzelfsprekend vlak. Het papier kan niet langer symbool zijn voor ruimte als het is opengeritst of als het is gekrast en dus opengeritst had kunnen zijn.     

    Dank je Roos voor je bijdrage hierin!

    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 2415 keer bekeken

  • C├ęzanne, en danne...........

    15 mei 2008

     Cézanne, en danne...........


    Bij het verzamelen van citaten van (voornamelijk abstracte) kunstenaars (click hier voor citaten Cezanne) lijkt Cézanne een voortdurende referentie voor de kunstenaars na hem. Zowel voor filosofen (Merleau Ponty) als voor schilders van toen (Cubisten) en van nu, zoals Robert Zandvliet of een Toon Verhoeff.

    Een bepaalde kunststroming die al door de allereerste Cubisten is ingezet verkondigde Cézanne als de nieuwe voortzetting van de oude museumkunst. Classicisme in een nieuwe gedaante! Cézanne zelf zei dit ook, in ieder geval hoopte hij erop en die ambitie is op het einde van zijn leven snel door anderen opgepakt en beleden. Bij deze aspiraties van Cézanne zelf moeten we overigens wel bedenken dat hij daarin toendertijd discussieerde met het vluchtige impressionisme waar hij nota bene zelf door was grootgebracht (door zijn mentor Pissarro). Hij had ernstige bezwaren tegen het ijle impressionisme en wist dat dit onherrroepelijk tot een 'brave' werkelijheidsweergave zou gaan leiden, tot in vele kunstenaarsgeneraties aan toe. Zelfs een Mondriaan moest zich er in 1905 nog aan ontworstelen! Ik vergeet altijd dat toen Mondriaan in Parijs het cubisme ontmoette en omarmde de oude Cézanne nog volop aan het schilderen was.

    Een andere stroming van kunstenaars benadert Cézanne als de man die de werkelijkheid heeft losgeschilderd. Niet in een kleurdivisionisme zoals de wildere od de latere systematische impressionisten , maar paradoxaal genoeg in de vorm van een vormbehoud (een huis, een boom, een perzik)  en door die vorm weer onder te verdelen en vrijheid geven naar allerlei kleurennuances. Geen onderscheid maken tussen vorm en schaduw (het ultieme van het impressionisme) maar terug te gaan naar het vlak. Tegelijkertijd de kleur niet opsluiten in het vlak, zoals Matisse goed wist en de latere Picasso bij hem herkende,  en zoals Jorn na 1950 nog eens radicaal voortzette in een onverwoestbare reeks doeken. 

    In die benadering worden de vormen (fantasie-vormen of werkelijkheidsvormen) met hun eigen kleur juist ter discussie gesteld, niet door een vluchtig kleurenmengsel, maar met het zoeken naar nieuwe samenhangen. Hoe krijg ik dit verder.....??? (wordt vervolgd)   

     

     

      

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 2545 keer bekeken

  • Denksels over kleuren, beeld en hand-schoenen

    13 mei 2008

    Denksels over kleuren, beeld en hand-schoenen
     
     
    Ik wil dat de kleuren als het ware geen kleur meer zijn in mijn gouaches. Dat ze daar niet meer zo kunnen werken àls kleur. Dus er moet iets anders door hen heen komen, een andere kracht die ze bepaalt, waar ze aan ondergeschikt zijn. Ik weet niet goed hoe ik dat zeggen kan. Die ene gouache die zo lang op mijn kleine kamertje hing deed me telkens aan een Monet denken, een kruising tussen een korenschelf van hem en een schuurtje in de wei van hem, die hele late doeken van hem, in grauw groen en blauw met veel verflijnen en open doek, die in het Gemeentemuseum Den Haag hangt (soms!).
     
     
    Het is niet langer een optie voor mij om de kleur zijn eigen vlak te geven, zijn eigen vorm, gebied, domein. Dat merken Ben en ik al tijdens ons gezamnelijke Benfo-schilderen; dat was voor een deel ook de inzet van Asger Jorn, zo herkenden we dit samen. Dus jist niet-Matiss en en niet-Picasso.  
     
    Misschien moet ik die kleur wel helemaal vernietigen eerst, voordat ie opnieuw anders terug kan komen in mijn werk. Niet door zwart te gaan schilderen, dat is een wissel-truc! Daar verandert ie niet mee, komt terug zo gauw als ik het zwart weer weg legt. Eigenlijk meer zoals Monet deed, door zijn staar of slechte ogen wellicht, op latere leeftijd. Allerlei lijnen schreeuwen bij hem in een kleur, maar ze maken met elkaar geen kleur. In die zin is het schilderding kleurloos bij hem, dat ze elkaar als het ware opheffen in hun kleur-zijn. Dus kleur tegen kleur om ze uit te schakelen in hun kleurzijn. Maar waarom?
     
    Die handschoen van Hans Lodeizen (oh vader,....de nacht als een handschoen uit en aan....). Wat is het als je een handschoen binnenstebuiten trekt? Dat was vorig jaar het eerste fysieke beeld wat ik kreeg bij het gedicht lezen (Aan mijn vader.., en wat voor een vader, wat heeft die man veel van zijn zoon gehouden!) Als je daar binnen in de handschoen zou wonen, wat een klap van onbeschermdheid, wat een naakt gevoel zou je dan ervaren, alsof je een slak bent zonder huis. En als je altijd al daarbuiten woonde? Dan lijkt het wel alsof je in het duister van de grot van Plato terugtuimelt! Nee dus, want je bent daar nooit eerder geweest. Het voelt wellicht eerder als een harnas waar je ineens in zit en dat je niet van je af krijgt. Of het je levend laten begraven zoals sommige boedhisten doen als proef?
    Plato is gedaan, ze moeten die mythe eens en voor altijd onderuit halen. Er is niets achter de dingen……. Er is ook niets achter het beeld, of het doek, of het papier. Het schilderij is ook geen toegang tot, wat ik zo lang heb gehoopt en verlangd en gedacht, een deur tot…
     
    Het beeld is zijn eigen zijn. Juist nu in onze moderne tijd die zich overstroomt met beeld. Er is niets virtueels aan, elk beeld waar dan ook, hoe dan ook, is er! In kranten, in glossies, op het scherm, gestoord of heel scherp, elk beeld is er, bestaat. Het beeld heeft niets in zich of achter zich. Natuurlijk voelt dat als een enorme verarming en roept het heimwee op en open vlakte-gevoel zonder paal.
    Maar dan moeten we blijkbaar een zekere heroiek opbrengen. The challenge of the evolution!

    Heel oud Europa staat in ons overeind en gilt als Munchs schreeuw! Het lijkt wel alsof elke theorie of filosofie over 'beeld' dwangmatig terug gaat naar: hoe het was om ons te bezweren; Alleen een Kierkegaard kon dat aan, gevoelsmatig, om in die lege vlakte van het niets even te wandelen, als alle beelden slechts beeld zijn...
     
    Zo gauw je het hebt over het ‘’aura van het beeld’ ruikt het al naar heimwee. Zo gauw je het 'deconstrueert' misloop je het vraagstuk, want je schakelt slechts over van beeld naar taal. Dat doet ook Heidegger met de schoenen van Van Gogh, hij wisselt het beeld over, over naar het traject van de taal. De twee spoorrailsen na de wissel glimmen allebei even hard in de zon! Maar we zijn niet gek! Dat verwisselen zou hij niet hebben gedaan als hij bereid was geweest telkens weer in zijn taaldenken het beeld opnieuw beeld te laten zijn, maar dan wordt zijn theorie teveel gestoord. En hijzelf, wellicht??
     
    Met schilderen ben je in het voordeel. Je wordt óók gestoord natuurlijk, maar omdat je zelf het beeld maakt kan je je daar tijdelijk aan vasthouden. Het is een tijdelijke reddingsboei, waarin je kan mee-evolueren. Het heeft ook iets fysieks, het is van aarde, maasr daar loert alweeer de heimwee wellicht. Niet het woord; het woord lijkt voortdurend bang voor zichzelf, telkens kijkt het om naar zichzelf, vertrouwt zich niet, is te dun, te doorzichtig. Een beeld is een beeld; je kan het verscheuren, afdekken, de pagina omslaan, maar altijd moet een mens eerst iets doen bij een beeld om daarop zijn relatie met dat beeld te kunnen verbreken. In die zin is het beeld betrouwbaar. Het woord is nooit helemaal af te dekken, het woekert voort, verandert zich voortdurend, vaak zonder dat je het zelf weet. En het woord is vaak dat deksel van het jampotje, om de in-houd af te schermen van het buiten, om de chemie uit te stellen van de dreigende chaos.

    Het beeld doet dat ook natuurlijk, laten we het niet overdrijven. Maar blijft staan dat het beeld eerst door ons fysiek moet worden weggezet willen wij niet meer ermee in betrekking staan. Dat is toch het geheim van de tv; de moeite van het afwenden!? (Gelukkig heb ik geen geweldig fotografisch geheugen!)
     
    PS: bij het zoeken naar citaten kwam ik een opmerking van Willem de Kooning tegen: 'het schilderen van de figuur (Women) heeft alleen zin als dat binnenste buiten gebeurt. Hij gaat zo een stap verder dan Soutine, niet op de huid en vervolgens door de huid van buiten naar binnen kijken, maar van binnen naar buiten!

    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 2314 keer bekeken

  • Het automatische schrift / schilderen

    2 mei 2008

    Het automatische schrift / schilderen

    We zullen er zo ongelofelijk kritisch mee om moeten gaan, met het automatische schrift. Het is één van de meest waardevolle voorbrengselen van de moderne kunst. Het is de methode om te ontsnappen aan onze dagelijkse beheersdrift. Het schept vrijheid en openheid. Waarschijnlijk is het zo dat het überhaupt de voorwaarde is tot creativiteit sinds de Verlichting in ons kwam neergedaald. Tegelijkertijd leveren we ons met het automatisch schrijven over aan de blinde krachten. Het wroet machten los uit het duister, uit het ongedachte en nog niet verbeeldde. Het brengt ons naar de voorfantasie, naar de voorstof tot het verbeelden. Het automatische schrift is daardoor altijd dubbelzijdig, het heeft de twee kanten van de munt, die niet zijn te scheiden. Het één komt niet zonder het ander. We zullen altijd worden bezocht! 

    Het is ook belangrijk te onderkennen dat het automatisch schrift evolueert, en dat we het moeten proberen te begrijpen in zijn ontwikkelingen. Het automatische schrift nù hanteren zal heel andere aspecten kennen dan in de fase van het vroege surrealisme, en weer andere dan in de hernieuwing ervan bij Cobra, of in de hernieuwde voortzetting door de abstract-expressionisten in de jaren 60 van de vorige eeuw. Het is een kostbare olie die wordt doorgegeven van de één op de ander, die telkens opnieuw is herkend als waardevol, door een volgende generatie kunstenaars.

    Men ruikt zijn vrienden. Ruikt men ook zijn vijand? En: ruiken we die ook in onszelf? Daar gaat het om. Anders is er alleen nog maar de optie om onszelf volledig weg te zeten in het maken, te elimineren als persoon. Waarmee we het kind met het badwater weggooien. Dat heeft de Nul gedaan en Zero. Zij hebben zo'n diep wantrouwen naar zichzelf gekend dat ze het niet meer konden overwinnen. Met de mechanismes als de 'reihungen' werd de persoon als individu geliquideerd.

    De uitdaging ligt er om als kunstenaar je eigen persoon juist wel te kunnen gebruiken, en ook het automatische schrift wat van alles in ons persoonsdomein op zal woelen. Maar hoe dat te gebruiken, te bezien, en hoe er keuzes in te maken? Het volledig bewust maken ervan vermoordt immers weer het automatische schrift?

     

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 2605 keer bekeken

  • De levende of de dode krachten

    1 mei 2008

    De levende of de dode krachten


    Ik wist het al veel langer, alleen verdwijnt dat inzicht van tijd tot tijd, of het krijgt telkens weer een andere dimensie, ook een andere zichtbare vorm. en het lastige blijft om die te herkennen. Maar feit blijft dat je met het maken van een kunstding iets in de levende wereld  neerzet, in het gaande leven. En je kan er mee bezig zijn - ik vind dat dat ook moet - bij welke krachten in het leven het maaksel zich aansluit. Zijn het de levenskrachten of zijn het de dodende krachten? Ik wil pertinent dat wat ik maak een onderdeel wordt van de levende krachten. Zo simpel is dat.  

    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 2509 keer bekeken

  • Alweer die 'duivelse' esthetica

    21 april 2008

    Alweer die 'duivelse' esthetica  

                                      

     

    De laatste weken achtervolgt het vraagstuk van de esthetica me. Het is goed dat de vanzelfsprekendheid eruit loopt. Eerst door Levinas, nu weer door Asger Jorn. Ook Jorn kwam ik de afgelopen weken al een paar keer tegen; in de benedenzaal van het Cobramuseum hingen twee schilderijtjes die allebei gelijk opgingen met de grote jazz-doeken boven van Appel. ik zag er diezelfde  ongelofelijke associatie-vrijheid in. En  bovendien, ze zijn intiemer dan de doeken van Appel, hebben in onderwerp vaak meer gerichtheid. Die combinatie is uniek, misschien verworven door zijn vele overschilderingen die hij heeft gemaakt van andere schilderijen? 

    Gisteren kwam ik dus bij oude vriend Paul Werner een boek over Jorn in de boekenkast tegen. En leende het boek, op zoek naar citaten om op Wikiquote te plaatsen: de kunst van binnen-uit. De werken van Jorn troffen me diep. Bijvoorbeeld een advies van Jorn aan Alechinsky: Asger Jorn aan Alechinsky: Als je iets toevoegt aan een schilderij, doe het dan nooit vanuit esthetische redenen. Doe het alleen vanuit redenen van expressie. Alechinsky: Een advies dat zich voor mij wel honderden keren heeft bewezen op te gaan.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 6407 keer bekeken